Beste aanpak van wappies en nepnieuws kennen we. Tot je zelf in de shitstorm zit

Blog
Opinie
Jos Govaart
08-01-2021
Lange tijd beriepen de sociale platforms zich op hun slechts ‘faciliterende rol’ en op het grote goed van de vrijheid van meningsuiting. Later schermden ze met hun policies, community-guidelines en privacywetgeving.Maar gisteren, eindelijk, nam het Facebook van Mark Zuckerberg, die zich zo lang stilhield over de rol van Facebook in het politieke spel, maatregelen tegen haatzaaierij en nepnieuws. Het schorste het account van Donald Trump voor onbepaalde tijd. Ook Twitter was ineens erg duidelijk, en legde met naam en toenaam uit waarom Trump een pauze van 12 uur opgelegd kreeg. Daarvoor ging het niet verder dan de tweets van Trump voorzien van waarschuwingen voor fake nieuws.
Vragen en knagen
Toch vraag ik mezelf af of ik er wel blij mee ben dat deze social-platforms nu ingrijpen. In de basis wel, want de wereld heeft geen enkele behoefte aan oproerkraaiers, misleiders en opruiers. Het is dus goed dat de platforms waar ze zich misdragen verantwoordelijkheid nemen en er iets aan doen. Tegelijkertijd knaagt het. Techbedrijven zijn niet de partij waar we de strijd tegen de verspreiders van desinformatie en misleiding volledig aan kunnen overlaten.
 
In ons rechtssysteem zijn daar ook andere instituties voor nodig. Als ik mij in een voetbalstadion misdraag, dan zal misschien een steward mij daarop aanspreken, maar als ik het echt bont maak, dan word ik overgeleverd aan de politie en volgt berechting door een rechter. Voor misdragingen op sociale media lijkt deze methodiek van ons rechtssysteem weinig geschikt. Als je ziet met welk tempo Trump een menigte ophitste, dan kun je je afvragen of de principieel meest logische route (een rechter doet uitspraak) wel voldoet.
Gemakzuchtige benaderingen
Welke andere mogelijkheden zijn er dan? Bits of Freedom, dat zich inzet voor maximale communicatievrijheid en privacy, wil dat de grote techpartijen worden ontmanteld ten faveure van sterkere en meer diverse lokale platformen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar is in mijn ogen veel te gemakzuchtig voor het bestrijden cq duiden van ophitsers. Ook de politiek biedt nog geen duidelijke antwoorden. Hoewel het in eerste instantie een Europese aangelegenheid is, zou je hopen dat Nederlandse partijen een visie hebben op misschien wel de belangrijkste democratische vraag van het moment. Helaas, een rondje langs de Nederlandse politieke velden en verkiezingsprogramma’s levert een paar platitudes op, maar dat is het dan wel. Politiek en bestuurlijk worden de ontwrichtende gevolgen van misinformatie onvoldoende onderkend.
Mijn ervaring met misleiders van formaat
Dat terwijl er grote behoefte is aan het antwoord op misleiding en desinformatie via sociale media, zo heb ik ook in mijn eigen beroepspraktijk ervaren.De laatste maanden heb ik meermalen te maken gehad met misleiders van formaat. Hoewel de casuïstiek verschilde, was er steeds sprake van wat je een asymmetrische strijd zou kunnen noemen. Zo werkte ik voor een opdrachtgever die een verantwoordelijkheid te dragen had naar een achterban. Medewerkers, klanten, leden, aandeelhouders, bestuurders, commissarissen en de maatschappij. De verspreiders van nepnieuws, die hun communicatie vaak op een behoorlijk professioneel niveau hadden georganiseerd, hadden dat allemaal niet. Ze waren ongelooflijk gemotiveerd om dag in dag uit aan de slag te gaan en schuwden geen middel. Liegen, schelden, manipulatie, posten met anonieme accounts, het maakte ze allemaal niets uit. Dat levert een professioneel dilemma op, dat ik hier ook aan mijn vakgenoten wil voorleggen: Wat doe je? Ik heb het antwoord niet voorhanden.

Natuurlijk, eerst analyseer je wat er aan de hand is en vaak constateer je dat de ophef echt in een klein hoekje met idioten zit. Maar dan? Je kunt de ruzie, het gedoe en gekonkel uit de weg gaan, je mensen hebben er vaak ook geen zin in; conflictmijdend gedrag ligt vaak op de loer. Je kunt keihard en openbaar strijden tegen idioten, maar dat is vaak extra olie op het vuur gooien. Je kunt zorgen dat je alle juiste feiten en argumenten paraat hebt om die naar voren te brengen. Maar met feiten komen tegenover iemand die niet wil luisteren, dat is lastig.
Bestrijden, duiden of negeren?
Een andere optie is: duiden wat deze wappies doen en waarom zij dat doen. Het probleem daarbij is dat u en ik dat als vakgenoten heel interessant vinden, maar dat deze professionele verdieping platslaat als je te maken krijgt met mensen die beïnvloedbaar zijn en vatbaar voor simpele retoriek. Alles wat we hebben geleerd in communicatie – van het in kaart brengen van stakeholders tot het zoeken van synergie en samenbrengen van belangen - dat klinkt allemaal leuk, op papier. Totdat je zelf in de shitstorm zit. En je een acute hekel krijgt aan iedereen die een boekje geschreven heeft over communicatietheorie. Daar haal je het antwoord ook niet uit.
 
Mag ik hier, ten overstaan van mijn vakgenoten zeggen dat ik het eigenlijk niet zo goed weet? Dat ik uitga van het Rutger Bregman-principe (De meeste mensen deugen), maar ik het in toenemende mate lastig vind om te dealen met die paar mensen die niet onder dat principe vallen?
Oproep aan vakgenoten
Dat ik van nature dan maar gemakzuchtig mijn schouders ophaal en denk: laten we ons concentreren op datgene waar we wel invloed op hebben. De kant van het optimisme, die kies ik graag. Maar dan toch terug naar mijn twijfel. Ik zou in dit licht, een oproep doen aan mijn gewaardeerde vakgenoten. Ik vermoed dat ik niet gek ben en al helemaal niet de enige die geconfronteerd wordt met dit maatschappelijke probleem. Ik zou wel eens ervaringen willen uitwisselen over echte casuïstiek. Zijn daar lessen uit te leren? En dan geen tegeltjeswijsheden op twitter, maar concreet gedrag, concrete situaties en concrete acties. Want dit probleem heeft concrete invloed op ons vak.