De creatieve industrie moet een verbod op reclame nooit accepteren.

Blog
Opinie
Jos Govaart
16-11-2022
Allereerst excuus voor de ontkenning in deze kop. Is tegen mijn eigen verhaal dat nu volgt. Ik zal het uitleggen: Vorige week tijdens de uitreiking van de Effie Awards kreeg Greenpeace vijf minuten spreektijd. Samenvatting: oproep aan de reclame-industrie om zich niet meer te laten lenen voor reclames voor de fossiele industrie. Het liefst verpakt in een convenant. Een chique, niet wettelijk, verbod, door de branche zelf dus. We hoeven Greenpeace niet te leren hoe zij aandacht moeten pakken. De vijf minuten werden er uiteraard geen vijf, maar tien. Soit. In mijzelf is geen groot activist verloren gegaan en daarom heb ik gevoelsmatig ook vrijwel altijd moeite met activisme. En dat is, denk ik, niet helemaal terecht. Toch denk ik, dat er een alternatief mogelijk is, maar dat alternatief is lastiger, vereist meer creativiteit, meer geduld en meer doorzettingsvermogen, namelijk de blik op de toekomst en wat er kan zijn, en niet het exploiteren van het angstbeeld.
Collectieve belang versus eigenbelang
Afgelopen zondag werd Sander Schimmelpenninck tijdens Collegetour gevraagd wat hij van het schilderij-activisme vond. Hij vond het best wel cool. Hij gaf zelf toe dat hij bewust polariseert. Want, stelt hij, de idioten op met name de extreemrechtse flank zijn momenteel zo ontzettend idioot dat je niet meer wegkomt met het genuanceerde denken van de meeste mensen, namelijk ergens in het midden. Waar u en ik vermoedelijk ook ergens zitten. De verschillen in opvattingen van de meeste mensen zijn immers helemaal niet zo groot als dat we ze in media voorgeschoteld krijgen. Dus, zo stelde hij, moet je kleur bekennen. Je moet in deze tijd heel erg duidelijk maken in welk kamp je zit, vond hij. Een vraag van andere orde uit dezelfde uitzending was ook een treffende, maar werd niet direct met dit onderwerp in verband gebracht, en dat is: "Vind je niet dat je veel te veel aan de zijlijn staat?” Dat was een ijzersterke vraag. De oplossing die echter gesuggereerd werd is: ‘ga dan zelf de politiek in!’. Schimmelpenninck stelde dat juist politici hem dat zeer afgeraden hadden. Want juist vanaf de zijlijn (zijn column in de Volkskrant, Twitter), heeft hij veel meer invloed op het debat dan wanneer je onderdeel bent van het politieke gremium.
Probleemveroorzakers zijn ook vaak probleemoplossers
Ik denk dat er nog een alternatief is. Activisten zijn nuttig om problemen die ongezien zijn of te weinig aandacht krijgen, op de agenda te krijgen en houden. Dat is hun rol. Het punt met activisten is wel dat zij niet zo van de oplossingen zijn. De suggesties die door activisten gedaan worden laten zich over het algemeen vertalen in sterfhuisconstructies en een hoop beeldvorming. Grote problemen oplossen is natuurlijk ongelooflijk ingewikkeld en is niet overnacht gerealiseerd. En mede daarom communicatief lastig. Ik heb de afgelopen maanden veel mensen gesproken die bij organisaties werken die door enorme transformaties gaan. Vrijwel allemaal zeggen zij: "Waren we maar veel eerder begonnen”, en: "volgens mij doen we nu echt de juiste dingen”. Ik stel ook altijd de vraag: ‘Wat hoop jij persoonlijk?’. Niet zelden hoor ik het antwoord: ‘Dat ik op feestjes weer vol trots kan vertellen over mijn werkgever’.  
 
Ik zou reclamebureaus en andere creatieve mensen binnen de bedrijven die moeten veranderen juist niet willen oproepen om richting een verbod te gaan. Nee, draai het om. Verhoog de druk richting het goede. Om met van Gaal te spreken: ‘imagineer’ een wereld waarin het probleem is opgelost. Voer daar campagnes over. Roep op om mee te doen, bij te dragen. En wees inderdaad de kritische vriend voor dit soort bedrijven door te eisen dat de ambities wel een beetje omhoog mogen. 
 
Maar verbieden, nee, daar is zelden iets mee opgelost. En dat zouden we als creatieve mensen ook niet moeten willen. We mogen onszelf wel een beetje meer pijn doen.