Ik betreur de ontstane ophef

Blog
Opinie
Judith Vermulst
30-08-2021
Ik moet iets bekennen. Ik ben ophefmoe. Met deze bekentenis bekruipt me gelijk ook een klein schuldgevoel. Want ja, natuurlijk maak ook ik me druk om onrecht, om misstanden, rampen en schandalen. Mijn vermoeidheid wordt ook niet veroorzaakt door alles wat er gebeurt in deze wereld, maar door de vorm waarop we nieuws en opinies tegenwoordig lijken te verpakken. Thierry Baudet heeft van ophef een politiek format weten te maken, Tim Hofman zijn YouTube-serie #BOOS gedijt er ook best lekker op.  En ik wéét dat daar een ongetwijfeld sterke redactie achter zit die dossiers op inhoud uitpluist. Maar het enige wat ik onthoud na een nieuwe aflevering: ophef. En inmiddels zie ik door alle ophef het bos niet meer. 
Er zijn waarschijnlijk een hoop oorzaken aan te wijzen voor de huidige vorm waarop nieuws tot ons komt. Maar ik denk dat de kern van het probleem erin schuilt, dat we beeldvorming boven de boodschap verheffen. Dat we iets zeggen (of roepen, of vinden), is belangrijker dan wat we precies zeggen. En op deze two way street, of eigenlijk three way street, vechten de zender, de journalist en de ontvanger om de ophefbokaal. 

Met de komst van het wonderschone wereldwijde web hebben we een hele hoop gewonnen en tegelijkertijd heeft het ingrijpende gevolgen voor de manier waarop we de wereld begrijpen en ervaren. Onze levens spelen zich niet alleen maar af in de werkelijkheid waarin we ons op dit moment bevinden, we zijn aanwezig in heel veel andere - vaak virtuele - contexten. Dat heeft gevolgen op de manier waarop je naar de buitenwereld communiceert. Grote delen zijn aan beeldvorming onderhevig. Wie je bent, wat je vindt, hoe je je gedraagt: het ligt onder een vergrootglas, het wordt geïnterpreteerd en geherinterpreteerd én live becommentarieerd door een steeds groter publiek. Logisch dat je je boodschap daarop afstemt.
"Dat we iets zeggen (of roepen, of vinden), lijkt belangrijker dan wat we zeggen."
Dan hebben we de "curator” van ophef, de journalist. Laat ik even vooropstellen dat ik journalisten bewonder. De meesten hebben hun beroep gekozen vanuit hun morele kompas: om de wereld rechtvaardiger te maken en de macht te controleren. Tegelijkertijd denk ik dat ze gevangen zitten in een industrie die (inmiddels) iets anders van hen vraagt, namelijk: aandacht vangen. Dáár zijn centen mee te verdienen. Daarom sneuvelt een programma als Andere Tijden, en moeten we kijken naar BN’ers die raden of iets wel of niet van chocolade is gemaakt (boeeee, ophef). 

Maar waar er drie vechten, hebben er drie schuld. Want zijn wij als ontvangers nog wel ontvankelijk voor nuance, voor de inhoud, voor de dialoog? Of zijn we stiekem in de loop der jaren ophefverslaafd geworden? Ik maak me er zelf ook "schuldig” aan: een soort onbedwingbare zucht naar nieuws, scrollend door mijn Twitter-tijdlijn, nieuwssites afstruinend. De Zwitserse schrijver Rolf Dobelli omschreef het treffend: wat nieuws is voor de geest, is wat suiker voor het lichaam is. Het is lekker, licht verteerbaar en tegelijkertijd schadelijk, omdat het onze eeuwige honger naar nieuws niet stilt.

Dus bij deze doe ik een oproep: laten we proberen een beetje af te kicken van onze ophefverslaving. Laten we wat vaker tijd maken voor inhoud, voor verdieping. Sla de voorpagina een keer over en duik meteen in de bijlagen, of kies voor een boek. Ook de PR-professional neemt een rol in, want: de vorm doet er dus toe. Wees kritisch op welk nieuws je brengt en hoe je dat doet. Breng het niet puur en alleen om hoog te scoren op de ophefmeter. En mocht je het hier niet mee eens zijn of dit totale onzin vinden, dan betreur ik bij deze alvast de ontstane ophef.